ICSI PDF Print E-mail

ICSI is de afkorting van intracytoplasmatische sperma-injectie. Men brengt hierbij in het laboratorium één zaadcel via een zeer dunne naald in één eicel om deze te bevruchten. Het is dus een behandeling om een zwangerschap te laten ontstaan. De ICSI-behandeling wordt toegepast bij paren van welke de man verminderd vruchtbaar is, door bijvoorbeeld een zeer slechte zaadkwaliteit (minder dan 1 miljoen zaadcellen, te weinig beweeglijk zaad of afwijkend van vorm) of wanneer de man veel antistoffen in zijn sperma heeft (immunologische infertiliteit). ICSI wordt soms ook toegepast als de vrouw antistoffen tegen het sperma produceert. Een andere indicatie kan zijn wanneer er bij een gewone IVF-behandeling nauwelijks of geen bevruchting is opgetreden (minder dan 10% van de eicellen is bevrucht). Ten slotte is ICSI in combinatie met Micro Epididymale Sperma Aspiratie (MESA) of Percutane Epididymale Sperma Aspiratie (PESA) een behandelingsmogelijkheid voor paren bij welke de man door een aangeboren afwijking geen zaadleiders heeft of wanneer die zijn afgesloten, bijvoorbeeld door een ontsteking. Bij MESA wordt het sperma langs microchirurgische weg verkregen en bij PESA worden de zaadcellen via een punctie uit de zaadleider gehaald.

Slagingskansen
De gemiddelde kans op een doorgaande zwangerschap bij ICSI is iets groter dan bij een gewone IVF-behandeling, dus ongeveer 20 à 25% per behandeling. De reden hiervoor is dat bij paren die ICSI ondergaan, er bij de vrouw vaker geen beletsel is om zwanger te worden. De persoonlijke slagingskans hangt af van een aantal factoren, zoals de kwaliteit van de na bevruchting ontstane embryo's, de leeftijd van de vrouw en het voorkomen van eventuele vruchtbaarheidsproblemen bij de vrouw.

De behandeling
Bij een ICSI-behandeling dient men net als bij IVF hormonen aan de vrouw toe. Deze hormonen laten in de eierstokken een groot aantal follikels (met vocht gevulde blaasjes) groeien. In iedere follikel bevindt zich een eicel. Na ongeveer twee weken hormoonbehandeling prikt de arts deze follikels onder echo-controle aan. De zo verkregen eicellen bevrucht men daarna in het laboratorium. Als er uit de bevruchte eicellen embryo's ontstaan, plaatst de arts die een paar dagen later in de baarmoeder.

Verschil tussen IVF en ICSI
Het verschil tussen IVF en ICSI is de manier waarop de bevruchting in het laboratorium gebeurt. Bij IVF brengt men één eicel samen met ongeveer 100.000 zaadcellen en wacht men op spontane bevruchting door een van de zaadcellen. Bij ICSI brengt een laboratoriummedewerker één enkele zaadcel in één eicel.