Home arrow PGD arrow Erfelijke aandoeningen
Erfelijke aandoeningen PDF Print E-mail

Een aantal erfelijke aandoeningen komt onder specifieke groepen minderheden meer voor vanwege hun afkomst, bovendien is er vaker sprake van bloedverwantschap waardoor het risico op bepaalde aandoeningen enigszins wordt vergroot. Door het toenemende aantal migranten zullen deze aandoeningen steeds vaker voorkomen in Nederland.

Familiehuwelijken
In Turkije en Marokko zijn familiehuwelijken geen uitzondering. De huwelijken van Turken en Marokkanen in Nederland weerspiegelen nog sterk de tradities en gebruiken in het land van herkomst. In de Turkse en Marokkaanse samenleving staat de familie (en niet het individu, zoals in Nederland) centraal en is de eer van de familie belangrijk. Dit heeft invloed op de huwelijkssluiting. Zo is het niet ongebruikelijk dat huwelijken worden gearrangeerd door en plaatsvinden tussen familieleden. Voor de betrokken families gaat dit gewoonlijk gepaard met economische en sociale voordelen. Zo blijft het bezit in de familie en versterkt het de banden tussen de beide families. Ook eindigen huwelijken tussen familieleden minder vaak in echtscheidingen.

Risico
"Neef en nicht vrijt licht", zo luidt een oud Nederlands gezegde. Toch komt het tegenwoordig zeer weinig meer voor dat familieleden met deze graad van verwantschap met elkaar trouwen. Dat ligt anders bij Turken en Marokkanen, waar huwelijken tussen neven en nichten geregeld voorkomen. Als neven en nichten met elkaar trouwen, geeft dat slechts een gering extra risico op erfelijke afwijkingen, zo blijkt uit de resultaten van een Amerikaanse studie. Belangrijke uitzondering vormen echter besloten gemeenschappen waar met elkaar trouwen meer dan gemiddeld voorkomt. Dan stijgt het extra risico snel. Dit kan bij Turkse en Marokkaanse families het geval zijn. Echtparen die verwant zijn aan elkaar wordt daarom geadviseerd gebruik te maken van preventief onderzoek bij Klinisch Genetische Centra. In 2002 waren slechts 35 neef-nicht echtparen van allochtone afkomst naar zo`n centrum doorverwezen. Dit aantal is onvoldoende. Ieder echtpaar kan onderzoek laten verrichten naar erfelijke aandoeningen. Het onderzoek wordt bovendien vergoed. Het Erfocentrum (http://www.erfocentrum.nl/ van VSOP) speelt een stimulerende rol bij voorlichting aan 'allochtonen' over het belang van erfelijkheidsvoorlichting en financiert nieuwe ontwikkelingen op het terrein van erfelijkheidsvoorlichting aan migranten.

Percentages
De kans op een kind met een aangeboren afwijking is tussen de 3 en 5 procent, variƫrend van licht tot ernstig. Op de leeftijd van 5 jaar stijgt dit percentage naar 8, omdat sommige problemen pas enkele maanden of zelfs jaren later aan het licht komen (Bron: "Als het maar gezond is", Kooijman, H.). Trouwen neef en nicht met elkaar dan verhoogt de kans op een baby met een genetische aandoening met 1,7 tot 2,8 procent, aldus prof. dr. A. Motulsky van de Universiteit van Washington in The Journal of Genetic Counseling. Hoewel er sprake is van bijna een verdubbeling van het risico, is dit volgens Motulsky geen uitkomst die neven en nichten moet weerhouden van het krijgen van kinderen. De kans op erfelijke ziekten neemt wel fors toe als neven en nichten uit een besloten bevolkingsgroep meer dan gemiddeld met elkaar huwen. In dat geval kan de kans dat neef en nicht een kind krijgen met een genetische afwijking oplopen tot 10 procent.